De Renaissance kunst in vogelvlucht

Renaissance kunst

De Renaissance was een periode met veel aandacht voor de kunst. Wat voor soort kunst was er? Wie waren deze kunstenaars?

Renaissance kunst

Grote beeldende kunstenaars uit Italië, zoals Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafaël gaven de toon aan. De kunstenaar in de renaissance haalde uit de klassieke literatuur de gedachte dat kunst en poëzie de hoogste dingen waren waaraan een mens zich kan wijden. De kunstenaar raakte in hoog aanzien en bewoog zich in de beste kringen.
Het belangrijkste streven van de renaissance kunst was realisme en estheticisme: de werkelijkheid onderzoeken en daarin de volmaakte schoonheid ontdekken en nabootsen. Die volmaaktheid school in de evenwichtige, symmetrische verhouding van de vormen.

Beeldhouwkunst

De werkwijze van de Grieken en Romeinen werd als voorbeeld gebruikt. Mooie mensen werden levensgroot in marmer uitgebeeld met veel aandacht voor de anatomische vormen. Het naakt uit de oudheid keerde terug.

Schilderkunst

Kunst en techniek waren in de renaissance nauw met elkaar verbonden: een kunstwerk was niet alleen een prachtig stuk werk, maar ook een technisch meesterstuk. Er was in de renaissance bijvoorbeeld veel aandacht voor de compositie, de ‘opbouw’ van een schilderij en voor het perspectief, de dieptewerking. Ook de schilders herontdekten het in de middeleeuwen verboden naakt. Da Vinci beperkte zich niet tot de buitenkant en ontleedde de ook de innerlijk anatomie van de mens. Bijzonder populair was ook de portretkunst: Holbein.

Reformatie

Onder invloed van de Reformatie werd veel kunst in de zestiende eeuw soberder. Heiligenbeelden werden door het nieuwe geloof verboden. Het interieur van kerken en gebouwen was licht en nauwelijks van versieringen voorzien.

Bouwkunst

Aanvankelijk ondervond de bouwkunst in de renaissance nog veel invloeden van de middeleeuwse gotiek. De gebouwen waren hoog en spits met spitsboogramen. Vanaf ongeveer 1600 ontwikkelde de renaissancebouwkunst zich onder invloed van de bouwwijze in de klassieke oudheid naar evenwicht in vorm en versiering (classicisme). Dat resulteerde in prachtige gebouwen die eerder breed dan hoog waren en een voornaam en statig voorkomen hadden.

Graveerkunst

De verfijnde graveerkunst bereikte een hoogtepunt in de zestiende eeuw: het wegsteken van fijne lijntjes uit een metalen plaat met een scherp beiteltje, een burijn. Als de lijntjes niet met een burijn, maar met een bijtend zuur worden aangebracht, spreekt men van een ets. Van één gegraveerde plaat en van een etsplaat konden vele afdrukken gemaakt worden.

Bouwkunst

Weelderige vormen en krullen, vaak met een neiging tot overdaad die een tegenstelling vormde met het eerdere renaissance-ideaal van evenwicht.

Beeldhouw- en schilderkunst

Erg levensecht. Schilderijen kenmerkten zich door donkere tinten en sterke licht-schaduwcontrasten (clair-obscur: een meestal aan het oog van de toeschouwer onttrokken lichtbron verlicht het afgebeelde). Voorbeelden: Rubens, Hals en Rembrandt. De portretkunst maakte een periode van bloei door (Holbein, Dürer).

Hoe goed vind je dit artikel?

Klik op de sterren voor een beoordeling!

Gemiddelde 0 / 5. Aantal beoordelingen: 0

Nog geen beoordelingen. Wees de eerste!

We are sorry that this post was not useful for you!

Let us improve this post!

Tell us how we can improve this post?

Vorige artikel lezen

De negentiende eeuw

Volgende artikel lezen

Nabootsing en Expressie: wat is kunst?

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *